Optimizing treatment and outcomes for patients with sarcoidosis
Samenvatting proefschrift Vivienne Kahlmann
Erasmus Universiteit Rotterdam, 27 mei 2026
Promotor: Prof. Dr. Marlies Wijsenbeek
Copromotor: Dr. Karen Moor
Sarcoïdose is een systemische inflammatoire aandoening gekenmerkt door granuloomvorming, die zich in vrijwel elk orgaan kan manifesteren; pulmonale betrokkenheid treedt op bij ongeveer 90% van de patiënten. Hoewel bij een aanzienlijk deel van de patiënten spontane remissie optreedt, is behandeling geïndiceerd bij orgaandisfunctie of ernstige symptomen. Naast orgaan specifieke klachten ervaren patiënten vaak algemene symptomen, zoals vermoeidheid en psychologische klachten, die vaak onvoldoende reageren op immunosuppressieve behandeling. Dit onderstreept het belang van een multidisciplinaire en persoonsgerichte benadering van zorg.
In dit proefschrift worden verschillende strategieën onderzocht, gericht op het verbeteren van zowel medicamenteuze als niet-medicamenteuze behandelingen, met als doel de kwaliteit van leven van patiënten met sarcoïdose te verbeteren.
Het eerste deel van dit proefschrift richt zich op de optimalisatie van de medicamenteuze behandeling. De huidige eerstelijnsbehandeling met prednison gaat vaak gepaard met bijwerkingen en behandeling-gerelateerde morbiditeit. Methotrexaat, dat momenteel als tweedelijnsbehandeling wordt aanbevolen, lijkt mogelijk beter verdragen te worden. In een retrospectief cohortonderzoek naar patiëntervaringen binnen dit proefschrift rapporteerden significant meer patiënten bijwerkingen bij prednisongebruik (78%) dan bij methotrexaatgebruik (49%). De PREDMETH-studie was een Nederlandse multicenter non-inferioriteitsstudie, uitgevoerd in 17 ziekenhuizen, waarin de effectiviteit van methotrexaat werd vergeleken met prednison als eerstelijnsbehandeling voor pulmonale sarcoïdose. In totaal namen 138 patiënten deel. Methotrexaat bleek non-inferieur aan prednison op basis van de verandering in geforceerde vitale capaciteit na 24 weken. Ook voor secundaire uitkomsten, waaronder diffusiecapaciteit, symptomen en kwaliteit van leven, werd non-inferioriteit aangetoond. De snelheid van effect verschilde tussen beide behandelingen: prednison had een snel effect binnen vier weken, terwijl methotrexaat een meer geleidelijke verbetering liet zien. De aard van de bijwerkingen verschilde: prednison ging vooral gepaard met gewichtstoename, slapeloosheid en een verhoogde eetlust, terwijl methotrexaat vaker misselijkheid, vermoeidheid en levertestafwijkingen veroorzaakte. Bijwerkingen in de methotrexaatgroep waren vaker van voorbijgaande aard. Deze studie laat zien dat methotrexaat een volwaardig alternatief is voor prednison en benadrukt het belang van shared decision-making bij het kiezen van de optimale behandeling.
Het tweede deel van dit proefschrift richt zich op de verbetering van de kwaliteit van leven aan de hand van niet-medicamenteuze interventies. Sarcoïdose gaat frequent gepaard met algemene symptomen zoals vermoeidheid. Vermoeidheid wordt door patiënten vaak ervaren als het meest belastende symptoom en heeft een grote impact op het dagelijks functioneren. De etiologie is multifactorieel, waarbij fysieke, psychologische en gedragsmatige factoren een rol spelen. Vermoeidheid reageert vaak onvoldoende op immunosuppressieve behandeling en kan aanhouden ondanks het ontbreken van actieve ziekte. In dit proefschrift is het effect van online mindfulness-based cognitieve gedragstherapie (eMBCT) onderzocht in de multicenter gerandomiseerde TIRED-studie (Erasmus MC, Zuyderland MC en St. Antonius Ziekenhuis), waaraan 99 patiënten deelnamen. Gedurende 12 weken volgden de patiënten een online programma met educatie, oefeningen, een vermoeidheidsdagboek en mindfulness oefeningen, begeleid door een ervaren psycholoog. Na twaalf weken leidde eMBCT tot een significante en klinisch relevante afname van vermoeidheid, evenals tot verbeteringen in angst, depressie, mindfulness en kwaliteit van leven.
Een groot deel van het leven met sarcoïdose speelt zich buiten het zicht van het ziekenhuis af en blijft in de klinische praktijk vaak onderbelicht. In het laatste hoofdstuk worden patiëntervaringen onderzocht op basis van berichten van een Nederlands online sarcoïdoseplatform. Met behulp van een innovatieve machine learning-methode zijn deze gegevens geanalyseerd en vertaald naar een overzicht van het patiëntentraject. De resultaten tonen dat patiëntperspectieven vooral betrekking hebben op symptomen (overwegend negatief), medicatie (voornamelijk neutraal) en kwaliteit van leven (gemengd). Deze studie laat zien dat machine learning een waardevolle methode is om grootschalige patiëntdata te analyseren en beter inzicht te krijgen in het patiëntperspectief.
De bevindingen in dit proefschrift dragen bij aan de verdere ontwikkeling van zowel medicamenteuze als niet-medicamenteuze behandelstrategieën en onderstrepen het belang van patiëntgerichte zorg. Toekomstig onderzoek dient zich te richten op verdere optimalisatie en individualisering van behandeling.
