Extrapulmonary features of patients with asthma
Samenvatting proefschrift Roy Meys
Universiteit Maastricht, 28 mei 2026
Promotoren: Prof. dr. F.M.E. Franssen, Prof. dr. M.A. Spruit
Ernstig astma is een heterogene aandoening met een hoge ziektelast. Hoewel de medicamenteuze behandeling de afgelopen jaren sterk is veranderd door de komst van biologicals, is de standaardzorg traditioneel vooral gericht op de longen zelf. Dit proefschrift verlegt de focus naar de extrapulmonale kenmerken: de impact van de ziekte die verder reikt dan de luchtwegen alleen, en de rol die longrevalidatie kan spelen bij het aanpakken hiervan. De centrale stelling is dat de ziektelast bij ernstig astma multifactorieel is. Optimale zorg vereist daarom een benadering op basis van 'behandelbare kenmerken' (treatable traits) in plaats van uitsluitend te sturen op het diagnostische label. Wat betreft de functionele inspanningscapaciteit (Hoofdstuk 2) blijkt de zes-minuten wandeltest (6MWT) een betrouwbaar en valide instrument binnen deze populatie, mits er rekening wordt gehouden met een duidelijk leereffect dat herhaald testen noodzakelijk maakt voor een betrouwbare nulmeting. De loopafstand wordt niet uitsluitend bepaald door luchtwegobstructie, maar hangt onder andere samen met de Body Mass Index (BMI). Gedetailleerd onderzoek naar de feitelijke lichaamssamenstelling middels DEXA-scans (Hoofdstuk 3) toont echter aan dat de BMI alleen onvoldoende inzicht biedt. Een verlaagde spiermassa in de ledematen en sarcopene obesitas komen frequent voor bij deze patiënten en hangen direct samen met een verminderd inspanningsvermogen en een lagere kwaliteit van leven.
Vervolgens zijn de beperkingen in het dagelijks leven (ADL) onderzocht vanuit het perspectief van de patiënt (Hoofdstuk 4). Via de Canadian Occupational Performance Measure (COPM) rapporteren patiënten een breed scala aan problemen, met name bij fysieke inspanning en huishoudelijke taken. Deze zelfgerapporteerde beperkingen correleren slechts zwak met klinische kenmerken zoals de mate van luchtwegobstructie. Dit beeld wordt bevestigd bij de evaluatie van patiëntgerapporteerde uitkomstmaten (PROMs) binnen het U-BIOPRED cohort (Hoofdstuk 5): longaanvallen hebben een sterke negatieve invloed op de ervaren gezondheidstoestand en kwaliteit van leven, terwijl de objectieve longfunctie relatief stabiel blijft. Dit onderstreept dat PROMs onmisbaar zijn voor het systematisch monitoren van de individuele ziektelast. Om de effecten van longrevalidatie concreet te kunnen interpreteren, zijn daarna minimale belangrijke verschillen (MIDs) vastgesteld (Hoofdstuk 6). Deelname aan het revalidatieprogramma leidt tot significante verbeteringen in het inspanningsvermogen, de lichaamssamenstelling, de kwaliteit van leven en psychologische symptomen van angst en depressie. De berekende MIDs tonen aan dat de uitgangssituatie van de patiënt meeweegt: wie met een slechtere conditie start, heeft mogelijk grotere veranderingen nodig om een verbetering als betekenisvol te ervaren. Tot slot worden de bevindingen in een breder klinisch en maatschappelijk perspectief geplaatst (Hoofdstuk 7). Hoewel patiënten met ernstig astma in hun functionele en extrapulmonale profiel sterk lijken op patiënten met COPD, stuit de toegang tot zorg op ongelijkheid. Astmapatiënten worden aanzienlijk minder vaak verwezen naar longrevalidatie. Dit wordt deels verklaard door structurele barrières in de Nederlandse zorgvergoeding, waarbij fysiotherapie voor astma (in tegenstelling tot COPD) vaak niet routinematig uit het basispakket wordt vergoed. Dit proefschrift levert essentiële real-world evidence en biedt het fundament voor een bredere, gepersonaliseerde inzet van longrevalidatie binnen de astmazorg.
