Infectious complications in lung transplantation: navigating complexity and improving outcomes

Samenvatting proefschrift Anna van Gemert
Rijksuniversiteit Groningen, 24 september 2025
Promotor: Prof. dr. H.A.M. Kerstjens
Copromotoren: Dr. E.A.M. Verschuuren, Dr. C.T. Gan, Dr. O.W. Akkerman

Longtransplantatiepatiënten moeten levenslang medicatie gebruiken om hun nieuwe longen te beschermen tegen afstoting. Deze medicijnen, bekend als immunosuppressiva, verzwakken het immuunsysteem. Hierdoor zijn patiënten zeer kwetsbaar voor infectieziekten, die vaak voorkomen na transplantatie en een ernstige bedreiging kunnen vormen voor deze patiënten.  Dit proefschrift onderzoekt infectieziekten bij longtransplantatiepatiënten, met als doel het verbeteren van preventie- en behandelingsstrategieën. De nadruk ligt daarbij op infecties veroorzaakt door virussen (zoals SARS-CoV-2), schimmels (zoals Aspergillus) en niet-tuberculeuze mycobacteriën.

In dit proefschrift is een landelijke studie opgenomen naar de gevolgen van COVID-19 voor longtransplantatie patiënten. Uit deze studie bleek dat de impact van COVID-19 op longtransplantatie patiënten zeer groot was: 20% van de voor COVID-19 opgenomen patiënten overleed tijdens de eerste golf, en in de overlevenden bleef de longfunctie zelfs zes maanden na infectie verminderd. Vaccinatie is daarom van groot belang om longtransplantatiepatiënten te beschermen. Het effect van COVID-19-vaccinatie bij longtransplantatiepatiënten werd daarom onderzocht. Want misschien is het effect van vaccinatie wel geringer door de immuunsuppressie. Wij vonden inderdaad een verminderde vaccinrespons, met name bij patiënten met chronische nierziekte en bij patiënten die kortgeleden getransplanteerd waren. Slechts ongeveer de helft van de patiënten ontwikkelde een vaccinrespons na vijf vaccindoses.

Een ander aandachtspunt in dit proefschrift was de screening op respiratoire virussen bij asymptomatische transplantatiekandidaten, direct voorafgaand aan de transplantatie. Onze bevindingen toonden aan dat de aanwezigheid van een asymptomatisch respiratoir virus vóór transplantatie geen invloed had op het beloop direct na transplantatie. Dit suggereert dat routinematig testen voorafgaand aan transplantatie mogelijk niet nodig is, omdat het geen klinische relevantie lijkt te hebben.

Patiënten met ernstige chronische longaandoeningen lopen risico op infectie met niet-tuberculeuze mycobacteriën. Deze infecties zijn zeer moeilijk te behandelen, vooral bij personen van wie het immuunsysteem verzwakt is door immunosuppressieve therapie. Het is daarom cruciaal om herinfectie met niet-tuberculeuze mycobacteriën na longtransplantatie te voorkomen. Een systematische review liet zien dat in bij bijna de helft van de patiënten met een dergelijke infectie vóór transplantatie, de infectie terugkeerde in de getransplanteerde longen. Patiënten die vóór de transplantatie langdurige behandeling nodig hadden zonder negatieve kweken te bereiken, hadden een bijzonder hoog risico op terugkeer van de infectie. Kinderen hadden een bijzonder hoog risico op overlijden door infecties met niet-tuberculeuze mycobacteriën.

Een andere agressieve ziekteverwekker die in dit proefschrift onderzocht werd is de schimmel Aspergillus. Deze kan de long binnendringen (invasieve aspergillose), wat vaak voorkomt bij immuungecompromitteerde patiënten na longtransplantatie (32%). En indien niet fataal, kan dit alsnog gepaard gaan met chronische longafstoting. Factoren die samenhingen met invasieve aspergillose waren: gebruik van bepaalde immunosuppressiva (Mycofenolaatmofetil), luchtwegvernauwing, aanwezigheid van Aspergillus in kweken vóór transplantatie en acute afstoting. Statines (cholesterolverlagende medicijnen) lijken mogelijk een beschermend effect te hebben, terwijl de meest gebruikte vernevelde schimmelwerende behandeling (Amfotericine B) helaas geen preventief voordeel biedt.

Wanneer patiënten een longtransplantatie ondergaan, zijn hun nieuwe longen vrij van de oorspronkelijke ziekte. Bij cystic fibrosis (CF, taaislijmvlies ziekte) kan de ziekte echter nog steeds andere organen aantasten, zoals de darmen. Van de zeer effectieve therapie Elexacaftor/Tezacaftor/Ivacaftor is aangetoond dat klachten en longfunctie sterk verbeteren bij mensen met CF die nog niet getransplanteerd zijn. In de Nederlandse multicenter KOALA-studie werden de voordelen en veiligheid van Elexacaftor/Tezacaftor/Ivacaftor geëvalueerd bij patiënten met CF na longtransplantatie. Onze bevindingen toonden aan dat behandeling met Elexacaftor/Tezacaftor/Ivacaftor ook na transplantatie aanzienlijke verbeteringen gaf in neusbijholte- en darmklachten, evenals in de algehele kwaliteit van leven. Het middel bleek veilig in combinatie met immunosuppressieve therapie, mits de dosis van het belangrijkste immunosuppressivum (tacrolimus) met 33% werd verlaagd.

Samenvattend benadrukt dit proefschrift de complexe infectieuze uitdagingen na longtransplantatie en biedt het waardevolle inzichten voor de ontwikkeling van preventieve en therapeutische strategieën.

Download hier het volledige proefschrift